Terwijl hier de modernste wolkenkrabber z’n deuren opent, worden verderop alweer nieuwe palen in de grond gestampt. De Maasstad staat voor heipalen, hard werken en opgestroopte mouwen. En inderdaad, Rotjeknor - zoals de inwoners hun woonplaats zelf noemen - is een stad in de groei. Oude havengebieden transformeren zich tot trendy woonwijken en futuristische bruggen geven Rotterdam een uitstraling die past bij een metropool. Het resultaat van arbeid zonder poeha. Scheve muren Die bouwwoede is er altijd al geweest. Aan de Wilhelminapier vind je De Rotterdam van architect Rem Koolhaas. Vanwege de vele functies wordt de glazen kolos ook wel de verticale stad genoemd. Aan de andere kant van de Maas staat nu heel bescheiden Het Witte Huis uit 1890. Met z’n 42 meter was dit lange tijd het hoogste kantoorgebouw van Europa. Toen ook het symbool voor de Rotterdamse daadkracht en vernieuwingszin. Het historische kantoor staat aan de Oude Haven, nu een gebied met cafés, restaurants en terrassen. Aan de andere kant van het water vind je het Blaakse Bos, een brug met 38 kubuswoningen. Eind jaren zeventig zag architect Piet Blom in zijn ontwerp een boom en in het hele complex een bos. Binnen kijken kan ook. De Kijkkubus (dagelijks 11-17 uur) toont hoe het is om tussen scheve muren te wonen. Zo hop je in de Maasstad van de ene bouwperiode naar de andere.
Krullen en opera’s De tocht begint bij het Centraal Station. Dat de Rotterdammers een zwak voor strak hebben, is hier duidelijk. Maar fiets je wat later rond de enorme Kralingse Plas, dan kom je terecht in een wijk waarin sierlijke Jugendstil de boventoon voert. Niks strak hier, vooral veel krullen en sierlijke lijnen. Stal je fiets maar even bij de Wagner-woningen aan de Vijverlaan. In 1904 kocht koekjesfabrikant Johannes Eckhardt Dulfer hier een villa met een enorme tuin. Hij doopte het huis om in Villa Wagner en liet op zijn grondgebied een villapark met tien dubbele herenhuizen bouwen. Die kregen namen van opera’s van Wagner of figuren uit die opera’s, zoals Tannhäuser, Lohengrin en Walküre. Dulfer was kennelijk een groot bewonderaar van de Duitse componist. De namen van de villa’s staan in gouden letters onder de dakgoot. Niet verkeerd wonen hier. Koffie sjouwen Trap even door en je vliegt van het dorpse Kralingen zo het dynamische centrum in. Via Blaakse Bos, Witte Huis en De Hef, de voormalige spoorwegbrug uit 1928, kom je terecht bij de Entrepothaven. Nu liggen er vermogende eigenaars te zonnen op het achterdek van hun luxe jacht, maar eind 19e eeuw stroopten hier sjouwers de mouwen op om koffie, thee, suiker en specerijen naar vijf pakhuizen te brengen. Nu tref je daarin restaurants en appartementen aan. Verderop ook. Het kloppende hart van de stad is de Wilhelminapier, met als nieuwste aanwinst het immense complex De Rotterdam.
Met plunjebaal op reis De Kop van Zuid, het gebied rond deze pier, is een van de meest recent ontwikkelde gebieden van de stad. Oude pakhuizen kregen nieuwe functies en staan pal naast moderne architectuur. De woontoren New Orleans gaf met z’n 158 meter hoogte Rotterdam weer zo’n nieuwe, hoge woontoren. Aan deze pier stapten vooral Oost-Europese landverhuizers met slechts één plunjebaal aan bezittingen aan boord van het stoomschip Statendam. Zo’n honderd jaar geleden koersten zij naar het land van de onbegrensde mogelijkheden, ver weg van de armoede in Europa. Hotel New York - ooit het hoofdkantoor van de Holland Amerika Lijn, de stoomvaartmaatschappij die emigranten naar de Nieuwe Wereld bracht - houdt de herinnering aan de tijd van de massale emigratie levendig. Onder meer met oude hutkoffers in de foyer en modellen van historische cruiseschepen in het grand café. Overigens ligt wat verderop, aan de kade bij Katendrecht, het voormalige cruiseschip de SS Rotterdam.
Tunnel met oliegeur Terug naar het centrum laat je de moderne Erasmusbrug, de Zwaan genoemd, letterlijk links liggen. Via een omweg kom je uit bij de historische Maastunnel, de oudste afgezonken tunnel van Nederland. De bouw startte in 1937 en ging in de Tweede Wereldoorlog gewoon door. In 1942 werd ‘ie, niet verwonderlijk, zonder enige ceremonie geopend. Twee jaar later brachten de Duitser explosieven aan, zodat ze de tunnel op elk moment konden laten ontploffen. Maar dat is niet gebeurd, waarschijnlijk omdat het verzet de ontstekingen onklaar had gemaakt. Je zet je fiets schuin op de treeplank en daalt diep af in de tunnel die hier en daar nog ruikt naar ouderwetse olie. Durf je niet met de roltrap, dan is er ook een lift. Weer buitengekomen, ligt het Scheepvaartkwartier voor je voeten. In indrukwekkende patriciërspanden en scheepvaartkantoren woonden en werkten hier rijke reders en succesvolle havenbaronnen. De rijkdom van toen zie je nog steeds. Gapend gat dichten Het enorme bombardement in mei 1940 zorgde voor een gapend gat in het stadshart. Het gehavende centrum moest weer gevuld worden, en dat gaf architecten de kans om nieuwe visies in de praktijk te brengen. Er was immers ruimte om te experimenteren. Gesteund door het landelijke cultuurbeleid in de jaren ‘80 kreeg Rotterdam een steeds grotere voedingsbodem voor ontwikkeling van architectuur. Het Nederlands Architectuurinstituut, nu het Nieuwe Instituut, kwam er. En daar tegenover staat nu het spiegelende Depot, het kunstdepot van Museum Boijmans van Beuningen.
Moderne fabrieksdirecteur Onderdeel van het Nieuwe Instituut is Huis Sonneveld uit 1933, een van de best bewaarde woonhuizen in de stijl van het Nieuwe Bouwen, dat dus al voor WOII begon. Met een audiotour kun je vrij door de museumwoning lopen. Zeker doen, want het is boeiend om te zien hoe modern de directeur van de voormalige Van Nelle Fabriek er toen met zijn vrouw en twee dochters woonde. Terwijl je terugfietst naar het startpunt vraag je je af wat ze hier van het moderne Centraal Station vinden. Een zwak voor strak? Aan meningen geen gebrek. Want zoals bijna alles in de Maasstad zijn ook voor dit gebouw heel wat bijnamen bedacht; van station kapsalon en haaienbek tot puntzak en metromuil! Ze hebben in elk geval humor, die Rotterdammers.